Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Werken met dakloze jongeren

Jean-Max Krabbendam werkt in Rotterdam als expertisemedewerker Toegang bij Centraal Onthaal. ‘We zien hier best veel dakloze jongeren die uit de Jeugdzorg komen: achttien-plussers die niet voor verlengde jeugdhulp in aanmerking komen of die deze hulp weigerden.’
Jean-Max Krabbendam
'De kans dat iemand die er op zijn achttiende niet fijn bij zit met hulp weer op de rails komt, is best groot’ Foto: Riëtte Duynstee

‘Bij Centraal Onthaal (CO) wordt beoordeeld of iemand recht heeft op toegang tot maatschappelijke opvang en als dat zo is, wordt gekeken waar dat dan kan. Mensen die ouder dan achttien en dakloos zijn of voor wie dakloosheid dreigt, kunnen zich er melden. CO is elke werkdag in de ochtend open en er gaat geen dag voorbij of er komen mensen langs. Dat zijn jonge en oudere mensen, alleenstaande mannen en vrouwen, moeders met kinderen, complete gezinnen. Het aantal jongeren – 18 tot 23-jarigen – varieert van twee tot tien per dag. Centraal Onthaal weegt zorgvuldig af wie toegang krijgen. Als mensen worden afgewezen kan dat zijn omdat ze geen rechthebbende zijn, bijvoorbeeld omdat ze niet rechtmatig in Nederland verblijven of niet gebonden zijn aan de regio Rotterdam. Mensen die we als te zelfredzaam beoordelen, verwijzen we naar andere partijen. Je moet daarbij denken aan mensen die bijvoorbeeld nog werk, een redelijk salaris en een netwerk hebben, geen psychische problemen, geen schulden. Zij kunnen door een ongelukkige samenloop van omstandigheden dakloos geworden zijn, maar meestal kunnen ze wel een tijdje bij familie of vrienden logeren. Om voor maatschappelijke opvang in aanmerking te komen, moet zichtbaar zijn dat het iemand niet zelfstandig en op korte termijn gaat lukken onderdak te regelen.

MEE-doelgroep

‘Ik heb eerder in de jeugdbescherming gewerkt en ben bij CO gedetacheerd door MEE, een organisatie die zich ervoor inzet dat mensen met een beperking kunnen meedoen in de samenleving. Bij CO ben ik betrokken bij mensen in de leeftijd van 18 tot 23 die onder de MEE-doelgroep vallen: jongeren met bijvoorbeeld autisme, niet aangeboren hersenletsel, een auditieve, visuele of licht verstandelijke beperking. Dus als zich aan het loket iemand meldt voor wie dat geldt of lijkt te gelden, dan doen de WMO-adviseur en ik die intake samen. We proberen een beeld te krijgen van hoe zelfredzaam iemand is: kan deze persoon voor zichzelf zorgen, met geld omgaan et cetera. Als zich bijvoorbeeld een jongere meldt met een lichte verstandelijke beperking, dan ondersteun ik bij het stellen van begrijpelijke vragen. Voor mensen met een laag IQ zijn woorden als “huisvesting” en “financiën” al snel te moeilijk en ik probeer dan een eenvoudiger alternatief aan te dragen. Met de WMO-adviseur kijk ik of de persoon die voor ons zit, toegang zou moeten krijgen tot maatschappelijke opvang en als dat het geval is, waar die dan het best naartoe kan. We regelen een plek in de nachtopvang. Daar blijft iemand dan tot die kan doorstromen naar een beschermde woonvorm. Overigens lukt die ­gewenste doorstroom niet altijd. Zeker met het huidige woningtekort is er veel minder uitstroom bij zorgaanbieders, waardoor mensen vaak langer dan we wenselijk vinden in de nachtopvang verblijven.’

Overlevingsstrategieën

‘Naast het meekijken met de WMO-adviseur werk ik mee aan her-indicaties – we hebben iemand ergens weten te plaatsen, maar de plek blijkt niet passend en dan denk ik mee over een vervolg. Ook onderzoek ik, indien beschikbaar, dossiers van mensen. Veel dakloze jongeren die zich bij ons aandienen hebben al veel meegemaakt, komen uit een problematische gezinssituatie of hebben een geschiedenis van hulpverlening achter zich. Zij hebben vaak overlevingsstrategieën aangeleerd die ooit helpend waren, maar die inmiddels tegen hen werken: ze hebben bijvoorbeeld onveiligheid ervaren en reageren daardoor fel of agressief, of maakten veelvuldig mee dat hun vertrouwen beschaamd werd, waardoor ze nu moeilijk anderen vertrouwen. Met zo’n dossieranalyse probeer ik enige achtergrond te leveren bij dat gedrag, zodat zorgaanbieders die na ons met de betreffende jongere te maken krijgen, kunnen werken aan de achterliggende problematiek in plaats van steeds te reageren op dat zichtbare gedrag.

Influencer

‘We zien hier best veel dakloze jongeren die uit de Jeugdzorg komen: achttien-plussers die niet voor verlengde jeugdhulp in aanmerking komen of die deze hulp weigerden. Vaak denken zij nu volwassen te zijn en het wel zelfstandig te kunnen. Ze hebben grote dromen over snel rijk worden, bijvoorbeeld als influencer, hebben niet geleerd dat je soms investeringen moet doen die nu moeite kosten en pas op lange termijn voordeel opleveren. Het zelfstandige leven blijkt complexer dan ze hadden verwacht. Ik ben ergens blij als zij zich bij ons melden. De kans dat iemand die er op zijn achttiende niet fijn bij zit met hulp van derden weer op de rails komt, is best groot. Er zijn heus jongeren die een traject krijgen aangeboden, daar vol moed aan beginnen en die dan toch weer van de radar verdwijnen. Maar er zijn ook veel succesverhalen: kleine en grote. Niet iedereen uit de doelgroep waarvoor ik me inspan, komt uiteindelijk terecht in een keurig huis om daar een zelfstandig leven te gaan leiden. Maar we krijgen het vaak voor elkaar om meer stabiliteit in hun leven te brengen. Met schuldhulpverlening, nachtopvang, een plek in een beschermde woonvorm, of zelfs een baan. Daar ben ik dan trots op.’

Voor meer informatie over het  werken met jongeren die achttien worden, zie de Richtlijn ‘Toekomstgericht werken’ van BPSW en partners.

Else de Jonge is (eind-)redacteur van Vakblad Sociaal Werk