Maatschappelijke opvang
Omgaan met hoarding ‘Hij wil met rust gelaten worden in zijn veilige coconnetje’
'Ik ben persoonlijk begeleider op een woonlocatie. Sinds 2013 hebben we een bewoner met een matig verstandelijke beperking. Hij kan niet lezen en schrijven, maar heeft wél een betaalde baan bij een sociaal ontwikkelbedrijf. Hij is snel overprikkeld in onze drukke omgeving, midden in een grote stad en met elf medebewoners. Hij heeft moeite om zijn kamer te onderhouden, opruimen, afwassen en schoonhouden doet hij niet. Hij is verslaafd aan alcohol en urineert regelmatig in bed. Zijn lakens wil hij niet verschonen, omdat hij het lekker vindt ruiken. Zijn ramen houdt hij dicht. Er hangt een penetrante geur in zijn kamer.'
Casuïstiek ‘Ik voel afschuw en woede over de manier waarop we de zorg hebben georganiseerd’
Ik werk op een inloopvoorziening voor dak- en thuisloze jongeren. Het is het mooiste én het zwaarste werk dat ik ooit heb gedaan. Mooi, omdat ik dagelijks de kans krijg om jongeren te ondersteunen die door vrijwel alles en iedereen zijn afgeschreven. Jongeren die in de knel zitten tussen trauma's, verslaving, armoede en psychische nood, leren om weer op zichzelf en op de medemens te vertrouwen en durven te hopen op een herstel of zelf een goede afloop. Het zwaarste, omdat ik ondertussen zie hoe het systeem waarin we proberen te helpen, steeds verder afbrokkelt.
Casuïstiek ‘Deze vrouw met een beperking en verslaving is hier absoluut niet op haar plaats’
‘Binnen onze maatschappelijke opvanglocatie in een grote stad ondersteunen we mensen met psychiatrische en/of psychosociale problematiek. De hulp die we bieden, is afgestemd op cliënten binnen de WMO of met een Wlz-indicatie tot maximaal GGZ4.
‘Deze jongen heeft geen persoonlijke problemen, maar een opvangprobleem’
‘Ik ben jeugdbeschermer bij een organisatie die alleenstaande minderjarige vluchtelingen begeleidt. Als in Ter Apel blijkt dat een kind alleen is, krijgt een organisatie als de onze de voogdij. Volgens de wet moeten alle kinderen tot achttien jaar een wettelijke vertegenwoordiger hebben. Als ze onder de vijftien zijn gaan ze, in afwachting van gezinshereniging, naar een opvanggezin uit hun eigen netwerk of naar onze pool met opvanggezinnen.
Straathoekwerkers en hun cliënten Hoe bouw je een goede werkrelatie op?
Evelien Rauwerdink-Nijland deed onderzoek naar het belang van de werkrelatie in het straathoekwerk - het contact tussen straathoekwerkers en hun doelgroep. Haar aanbeveling: steek meer tijd in je doelgroep. Outreachende inspanningen van straathoekmedewerkers beginnen pas na acht maanden iets op te leveren.
Dak- en thuisloze mensen – Hoe versterk je een broos sociaal netwerk?
‘Ik heb geen netwerk’, is vaak de eerste reactie van mensen die dak- of thuisloos zijn als de sociaal werker hen daarnaar vraagt. Veel dak- of thuisloze personen hebben een broos sociaal netwerk. Juist om die reden is het belangrijk om hen netwerkondersteuning te bieden. Maar hoe kan je dat het best doen? En welke […]






