Als maatschappelijk werker bij revalidatiecentrum Roessingh begeleidt Marijke van Duijn mensen die na hun ziekenhuisopname in de kliniek revalideren. Veel patiënten hebben hersenletsel of ander trauma opgelopen en kunnen van alles niet meer. ‘Ik help hen met vragen als: wat doet dit met me, wat betekent het voor mijn toekomst en hoe vind ik daar een balans in?’, vertelt Marijke. Daarnaast voert ze gesprekken met patiënten en hun mantelzorgers over aanpassingen, verhuizingen, werk en financieel beheer. Ook begeleidt ze familie en partners. ‘Als er sprake is van hersenletsel, heeft de partner ineens iemand met een beperking thuis. Daardoor verandert hun relatie.’
Netwerken
Juist de breedte van haar vak maakt haar werk uitdagend, vindt Marijke. Netwerken is de basis, zowel binnen als buiten de kliniek. ‘Ik werk met veel disciplines samen, zoals logopedisten, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten, activiteitenbegeleiders, verpleegkundigen, artsen en psychologen.’ Maar ze netwerkt ook extern. Voor de vervolgzorg van patiënten heeft ze contact met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Wmo-consulenten en verzekeraars. Wanneer samenwerkingen stroef verlopen, kaart zij dat aan. Toen onlangs de doorstroom naar een ketenorganisatie voor woonzorg bij hersenletsel bijvoorbeeld stagneerde, organiseerde Marijke een gesprek met alle betrokkenen. ‘Om de intake te versnellen, hebben we nu nieuwe werkafspraken. Wij delen de informatie over onze patiënt vroegtijdig, en zij sluiten aan bij relevante patiëntbesprekingen.’
Dynamisch
Eerder was Marijke achtereenvolgens maatschappelijk werker in een wijkteam en in een verpleeghuis. Tegenwoordig worden maatschappelijk werkers in ziekenhuizen, verpleeghuizen en revalidatiecentra ook wel ‘gezondheidszorg sociaal werkers’ genoemd. Wat ze gemeen hebben, aldus Marijke: ‘We zijn allemaal onderdeel van een multidisciplinair behandelteam en werken met mensen die zorgafhankelijk zijn geworden. We voeren specialistische gesprekken over levensvragen. Ook het begeleiden van een netwerk is belangrijk en zorgspecifiek. We werken in een dynamische omgeving, waarin we veel moeten afstemmen. En we vallen onder verantwoordelijkheid van een arts; die moet met onze informatie verder kunnen.’
Marijke heeft geleerd om, met behoud van de relatie, op te komen voor haar patiënten. ‘Soms zeg ik duidelijk dat ik het ergens niet mee eens ben. In een kliniek spelen zoveel verschillende belangen: een patiënt die levensveranderende dingen voor z’n kiezen krijgt, een leeg bed, financiële belangen, de wachttijden van een andere instelling. Te midden van dat alles moet je je vak overeind zien te houden.’
Steeds complexer
In het huidige zorglandschap is het regelen van vervolgzorg een flinke kluif. Revalidatiecentrum Roessingh heeft een regiofunctie en werkt met veel gemeenten samen. De Wmo-zorg moet individueel met elk van hen worden afgestemd. ‘Dat gaat soms ten koste van de gesprekken met de patiënt’, zegt Marijke. ‘Gelukkig hebben we onlangs een opname- en ontslagcoördinator aangenomen.’ Intussen neemt de tijdsdruk ook toe vanwege de complexe problemen van patiënten. Marijke ziet een groeiende groep patiënten die de weg in de maatschappij niet goed kent, terwijl de maatschappij ingewikkelder wordt. ‘Denk aan mensen met een licht verstandelijke beperking of een psychische aandoening, of aan mensen zonder netwerk. Het is een stuk ingewikkelder om voor deze groep oplossingen te zoeken.’
Expertprofiel
Omdat zorgmaatschappelijk werkers nog wel eens naar hun hoofd krijgen dat hun werk ‘zo onduidelijk’ is, heeft de BPSW-functiegroep Gezondheidszorg maatschappelijk werk recent een nieuw expertiseprofiel opgesteld. Hierin worden de rol, expertise en bekwaamheden van sociaal werkers beschreven die werkzaam zijn in ziekenhuizen, verpleeghuizen en revalidatiecentra. Marijke heeft hieraan een bijdrage geleverd. ‘Heel fijn dat nu duidelijk is waar wij voor staan: wij werken in alle domeinen rondom de patiënt, de familie en de hulpverleners. Maar het is een levend document; het staat open voor verandering. Misschien willen we bijvoorbeeld wel dat er in de toekomst een registratie- of opleidingseis komt, zoals andere zorgberoepen hun BIG-registratie hebben.’
Positie
Het nieuwe expertiseprofiel moet helpen de positie van zorgmaatschappelijk werkers te versterken. Die verschilt per organisatie. In verpleeg- en ziekenhuizen moeten haar collega’s vaak voor hun positie knokken, weet Marijke. Ook binnen ziekenhuizen verschilt het. ‘Op de chirurgieafdeling is het vaak moeilijk, maar op de oncologieafdeling en de mamapoli is er veel waardering voor ons werk. Ook in het verpleeghuis is het wisselend. Verpleeghuizen met een geriatrische afdeling hebben maatschappelijk werk in hun richtlijn zitten. Andere verpleeghuizen hebben wel een maatschappelijk werker, maar zetten die heel eenzijdig in.’ In de revalidatiezorg heeft het sociaal werk altijd een vaste plek gehad. Revalidatiecentrum Roessingh is in 1948 opgezet voor oorlogsslachtoffers, waaronder veel mensen met amputaties. Er bleek ook behoefte te zijn aan psychosociale begeleiding. ‘Daardoor is ons werk goed ingebed in de richtlijnen en wordt het belang van onze functie hier goed ingezien.’
Vaste plek
Marijke nodigt andere sociaal werkers in de zorg uit om ook hun steentje bij te dragen aan de discussie over hun vak. Ze zou zelf bijvoorbeeld graag willen dat intervisie in haar vak een vaste plek kreeg. ‘Onze instelling onderzoekt de mogelijkheden om AI in de spreekkamer te gebruiken; daar zou ik graag met andere zorgmaatschappelijk werkers over sparren. We hebben elkaar echt nodig, en dat blijft ook in de toekomst zo.’
Dus, besluit ze haar oproep: weet dat onze functiegroep bestaat en wat je er kunt halen. ‘Dat is heel belangrijk voor jouw positionering.’
Meer over het Expertiseprofiel:




Bij het volgende stukje tekst twijfelde ik: “we voeren specialistische gesprekken over levensvragen”. Is dit niet het domein van een geestelijk verzorger? Hoewel wij wel praten met mensen over hun levensvragen, zijn we daar niet per definitie de specialist in.