Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Zichtbaar maken wat we liever verborgen houden

Marc Hoijtink is hoodredacteur van het vakblad en socioloog. Als hoofddocent is hij werkzaam bij de Master Social Work en als senior onderzoek aan het lectoraat Stedelijk Sociaal Werk van de Hogeschool van Amsterdam.
Over dakloosheid bestaan nogal wat misverstanden.
Marc Hoijtink
© Riette Duynstee
Zoals het stereotype beeld van ‘de dakloze’ als verwarde man, slapend in een park op een bankje in een versleten slaapzak. Achter de term dakloosheid gaat echter een zeer diverse groep schuil, zoals verschillende bijdragen in dit themanummer laten zien. Op de cover zie je bijvoorbeeld het gezicht van Steven. Hij kwam als tiener vanuit Sierra Leone naar Nederland, op de vlucht voor de burgeroorlog. Toen hij achttien werd, moest hij de maatschappelijke opvang verlaten. Zonder papieren, zonder huis. Kim van de Wetering van Valente maakte zijn portret, en dat van twee anderen die huis en haard kwijtraakten. Valente is de branchevereniging voor organisaties die hulp bieden aan mensen in extra kwetsbare omstandigheden, zoals dakloze mensen.
Lang niet iedereen die dakloos is, meldt zich bij de overheid of een zorginstantie. Een van de redenen daarvoor is schaamte. Die is een gevolg van een andere hardnekkig misverstand: het idee dat het vast je eigen schuld is, als je in dit land dakloos raakt. Zo wordt dakloosheid verder de schaduw in geduwd. Want veel dakloosheid blijft voor ons onzichtbaar. Max Huber (wiens inzet cruciaal was bij dit themanummer) en Lia van Doorn wijzen in hun openingsartikel op de omvang van verborgen dakloosheid, in het bijzonder bij vrouwen en kinderen. Gemeenten dragen daar soms doelbewust aan bij. Ze willen bijvoorbeeld geen maatschappelijke opvang uit angst voor een aanzuigende werking. In maart van dit jaar legde platform Investico in een puik staaltje onderzoeksjournalistiek strategieën bloot waarmee gemeenten daklozen weren. De gemeente Urk schrapte bijvoorbeeld een functie van een straatwerker die contact zocht met daklozen. In het dorp ‘lossen ze het onderling wel op’ als iemand dakloos raakt. Onzichtbaarheid is ook een manier om te kunnen zeggen dat er geen probleem is.
Voor het tegengaan van dakloosheid is politieke wil nodig. Het is inspirerend om te lezen hoe sociaal werkers ook met tegenwind bijdragen aan het zichtbaar maken van een maatschappelijk probleem dat we liever niet zien. De impact van dakloosheid op mensen is enorm. Huisvesting is niet voor niets een fundamenteel mensenrecht, zoals Jan de Vries, betrokken bij het opstellen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid, laat zien. De kern van dat actieplan is een verschuiving van dakloosheid als zorgprobleem naar dakloosheid als woonprobleem.

Hopelijk verwisselt daarmee ook de schaamte van plaats. Dakloosheid in een rijke samenleving zegt misschien meer over die samenleving, dan over mensen die dakloos raken. Mensen kiezen zelden zelf voor dakloosheid. Zoals Marc Räkers het in dit nummer zegt: vrolijke Swiebertjes bestaan niet.

Marc Hoijtink,
Hoofdredacteur