
Stel je eens voor dat de lokale huisschilder zijn verfmethodes en zijn blikken verf moest aanpassen na een wisseling van de gemeentelijke wacht; dat een timmerman met ander, minder betrouwbaar gereedschap moet gaan werken of dat een huisarts door nieuwe beleidskaders andere bevoegdheden krijgt. Dit laatste voorbeeld is overigens niet vergezocht. Zo staat momenteel hun directe verwijsmogelijkheid naar bepaalde zorgvormen in de jeugdhulp ter discussie, vanwege het Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. De verontwaardiging bij onder andere huisartsen en jeugdartsen is groot.
Waar het voor de meeste beroepen dus ondenkbaar is dat je de kans loopt elke vier jaar een soort ‘nieuwe baan’ te hebben zonder dat je ervoor solliciteerde, is dat voor sociaal werkers en organisaties binnen de lokaal belegde zorg en het sociaal domein wel degelijk werkelijkheid. Soms gaat het goed en is er een sterke ambtelijke buffer die in gang gezette ontwikkelingen borgt. Maar ook deze ambtelijke laag heeft voeding nodig van de specialisten – van ons dus. En daar ligt onze invloed, vanuit onze verantwoordelijkheid, onze beroepsstandaarden en onze professionaliteit. We kennen het belang en de effecten van het werk. Wij zijn de experts van het gewone leven en de contextuele werkelijkheid van mensen. We weten wat de zorgvragen zijn en hoe we daar de beste antwoorden op kunnen vinden. Wat we (in al die verschillende contexten waarin sociaal werkers werkzaam zijn) nog wél vaak beter over het voetlicht kunnen krijgen, is onze kosteneffectiviteit. Dat heeft niets met verkeerde zakelijkheid te maken, maar met bevlogen professioneel ondernemerschap. In het sociaal werk beogen we immers een duurzaam effect te hebben, op de lange termijn, voorbij de beleidsperiodes van de nieuwe bestuurders. Dus ga ervoor! En veel plezier in je nieuwe baan!

