Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Docenten aan het woord

Marc Hoijtink is hoodredacteur van het vakblad en socioloog. Als hoofddocent is hij werkzaam bij de Master Social Work en als senior onderzoek aan het lectoraat Stedelijk Sociaal Werk van de Hogeschool van Amsterdam.
Het nieuwe landelijke opleidingsprofiel voor de bachelor Social Work heeft ook consequenties voor docenten. Hoe kijken zij aan tegen het nieuwe profiel? Zes hoge-schooldocenten geven hun visie. Die is positief en kritisch. ‘Zorgen we met dit profiel voldoende voor een duidelijke positionering van de brede professional ten opzichte van andere beroepen in het domein?'
AI gegenereerd
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-026-2147-1/MediaObjects/12459_2026_2147_Fig1_HTML.jpg

‘Het dekoloniseren van de opleiding had van mij een duidelijker plek mogen krijgen’

Samira Zoundri, docent Hogeschool van Amsterdam:

‘Ik ben erg enthousiast dat de grondhouding weer een prominente plek krijgt in het nieuwe opleidingsprofiel. Met woorden als “compassie”, “moed” en “aandacht” voel ik zelf ook weer waarom ik ooit voor dit beroep heb gekozen. Het loslaten van de profielen Welzijn & Samenleving, Jeugd en Zorg zie ik ook als positief. Ik heb op verschillende hogescholen gezien hoe die soms leidden tot een soort separate mini-opleidingen. Daar kwamen zowel studenten als docenten van de verschillende profielen soms tegenover elkaar te staan, omdat ze een andere visie hadden op de vraag waarvoor we opleiden.
Ik had gehoopt dat dekolonisatie van de opleiding een duidelijker plek zou krijgen in het nieuwe profiel. Kritisch kijken naar de geschiedenis van het sociaal werk en de geschiedenis van Nederland in relatie tot onrecht en uitsluiting is belangrijk, juist in een tijd waarin sociaal werkers moeten strijden tegen onrecht en vaak witte destructieve systemen doorbreken. Dat er opnieuw gekeken is of de opleiding nog voldoende aansluit, vind ik terecht. Wel voel ik de ingrijpende koersverandering van 2017 soms nog steeds. Er zijn toen drie opleidingen in één opleiding gepropt. Er wordt al veel van studenten verwacht. Maatschappelijke ontwikkelingen vergen van sociaal werkers dat zij grote opgaven aankunnen en over kennis, kunde en lef beschikken. Ik vraag me soms af hoeveel daarvan onze studenten zich echt eigen kunnen maken. Zou een iets minder vol curriculum aan studenten die opgroeien in het tiktok-tijdperk niet meer ruimte bieden voor reflectie en bezinning? Ten slotte vind ik het spannend hoe de hogescholen zullen omgaan met dezelfde indeling in profielen, maar dan onder de naam “specialisaties”. Wat verandert er werkelijk, zeker als de registratie-eisen overeind blijven die gekoppeld lijken aan twee specialisaties?’
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-026-2147-1/MediaObjects/12459_2026_2147_Fig2_HTML.jpg

‘Er is gelukkig erkenning voor de kracht van ervaringskennis’

Lonneke Gerrits, docent Fontys:

‘In het nieuwe opleidingsprofiel komt de breedte van het beroep van de sociaal werker mooi naar voren. Het helpt ons als opleiding bovendien bij het vormgeven van het onderwijs. Daarin is het model van sociale kwaliteit behulpzaam. De vier kwadranten uit dat model geven richting aan de acht leerresultaten die geformuleerd zijn. Deze leerresultaten zijn herkenbaar en passen bij de visie van Fontys Sociale Studies op het beroep: een breed opgeleide professional die zo veel mogelijk preventief en collectief werkt en waar nodig ook “rebels” is. Die dus structurele oorzaken van onrecht en sociale problematiek signaleert en daar iets aan probeert te doen. We zijn daarom vooral blij met leerresultaat 5, dat zich richt op samenwerking tussen het formele en informele netwerk. Hetzelfde geldt voor leerresultaat 6, dat gaat over het signaleren en agenderen van maatschappelijk vraagstukken. Daarnaast zien we door het nieuwe profiel heen erkenning voor de kracht van ervaringskennis. Dat doet recht aan diegenen waar we binnen sociaal werk dienstbaar aan zijn. Wel zit het profiel erg vol met kerntaken, leerresultaten, bouwstenen, modellen en met een Body of Values, Knowledge, Attitudes and Skills (BofVKAS) voor een brede kennisbasis en een voor alle specialisaties. Deze zijn op detailniveau geformuleerd met een veelheid aan begrippen, thema’s, theorieën en methodieken. We hebben ook onze vraagtekens bij het toevoegen van specialisaties. We begrijpen dat we te maken hebben met de vereisten van beroepsregistraties, maar leidt dit niet tot nog meer fragmentatie in een voor de buitenwereld toch al diffuus beroep? Zorgen we zo voldoende voor een duidelijke positionering van de brede professional ten opzichte van andere beroepen in het domein?’
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-026-2147-1/MediaObjects/12459_2026_2147_Fig3_HTML.jpg

‘Een manifest van ons gezamenlijke professionaliseringsproces’

Redouan El Khayari, docent Haagse Hogeschool:

‘Het nieuwe landelijke opleidingsprofiel ervaar ik als een stap vooruit. Door te beschrijven hoe we als sociaal werkers steeds steviger in ons vak staan, laat het profiel de volwassenheid van het sociaal werk zien. Voor mij is dit nieuwe profiel niet alleen een richtingwijzer voor het onderwijs, maar ook een manifest van ons gezamenlijke professionaliseringsproces. Daarnaast stelt het profiel complexe vraagstukken uit het werkveld centraal. Het biedt bijvoorbeeld structurele ruimte om te voldoen aan eisen rond de SKJ en de ggz, wat laat zien dat het is opgebouwd met input uit zowel onderwijs als praktijk. Dat is belangrijk. Ook het borgen van minimaal 150 van de 160 studiepunten als gezamenlijke basis, vind ik een prachtig voorbeeld van hoe we onze collectieve identiteit versterken. Het doet me denken aan een metafoor die mijn collega Jan-Willem Bruins geregeld gebruikt: het sociaal werk is in alle diversiteit één grote stam met verschillende takken. Dat beeld zie ik in dit profiel terug. Daarnaast ben ik blij met de duidelijke aansluiting op het beroepsprofiel van de sociaal werker. Het versterkt de driehoek van professionalisering tussen de BPSW, beroepsonderwijs en werkgevers, waar ik al langer voor pleit. Wel blijft de samenwerking met beleidsmakers een uitdaging. We weten dat sociaal werkers hierop vastlopen en dat het soms zelfs aanleiding is om het vak te verlaten. Daar mis ik in het nieuwe profiel een reflectie op: hoe kunnen we deze ervaringen omzetten in groei? Ik vind de aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie en de actuele schendingen van mensenrechten ook wat beperkt. Maar dit profiel zal enorm bijdragen aan een sterkere beroepsidentiteit en positionering van het sociaal werk. Ik ben er blij mee.’
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-026-2147-1/MediaObjects/12459_2026_2147_Fig4_HTML.jpg

‘Sociaal werkers zijn soms te jong om te kunnen acteren zoals van hen wordt verwacht’

Ilona Borremans-Malm en Ferdinand Visser, docenten Hogeschool Zeeland:

‘We zijn blij dat, vergeleken met het vorige, in het nieuwe landelijke opleidingsprofiel de brede basis sterker naar voren komt. Juist omdat de praktijk steeds minder in scherpe profielen is te vangen en studenten nu breed worden opgeleid met ruimte voor gerichte verdieping. Een echte stap vooruit is de grotere nadruk op het meso- en macroniveau van het beroep. Enerzijds komt er een duidelijker onderscheid tussen de associate degree en de bachelor, een wens die ook vanuit het werkveld leeft. Anderzijds is dit onderscheid essentieel voor de beroepsuitoefening zelf: sociaal werk beperkt zich niet tot het contact met de cliënt. Concreet bijdragen aan sociale kwaliteit vraagt om handelen op meerdere niveaus. Als opleiding zien wij het als een uitdaging om studenten hierop voor te bereiden, zodat zij niet alleen weten wat er van hen wordt verwacht, maar zich ook bewust zijn van het waarom. Tegelijkertijd zien wij hier een reële spanning. Studenten en startende sociaal werkers zijn soms te jong om op het organisatie- en/of maatschappelijk niveau te acteren dat het profiel van hen verwacht. Bovendien laten hoge werkdruk en personeelstekorten in de praktijk weinig ruimte voor werk op meso- of macroniveau. Sociaal werkers zijn in de uitvoering toch veelal op cliëntniveau bezig. En terecht: dat is hun core business. Maar dat gaat wel ten koste van ruimte voor het agenderen van sociale vraagstukken, het ontwikkelen en implementeren van sociale innovatie en van belangenbehartiging op hogere niveaus.’
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-026-2147-1/MediaObjects/12459_2026_2147_Fig5_HTML.jpg

 

 

 

 

 

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-026-2147-1/MediaObjects/12459_2026_2147_Fig6_HTML.jpg

‘Dit profiel stelt sterker vast welke onderdelen iederéén zou moeten behandelen’

Jaap Roose, docent Hogeschool Viaa:

‘Het vorige profiel verdeelde de opleiding te veel op in eilandjes die samen niet het hele beroepsveld dekten. Het had ook te weinig aandacht voor de signalerende en politiserende rol van het sociaal werk. Het nieuwe beroepsprofiel doet dat meer en kan een mooie basis zijn voor onze opleidingen. Het stelt sterker vast welke onderdelen iedereen zou moeten behandelen, vanuit het idee dat de beroeps- identiteit van de sociaal werker steviger moet. Een enorme vooruitgang vind ik ook dat de rol van de sociaal werker in de samenleving sterker in het generieke deel van de opleiding aan bod komt, zeker met het oog op mensenrechten en sociale kwaliteit van leven. Contact met je buren en de mensen in je straat is niet vanzelfsprekend meer. De rol van samenlevingsopbouw kan daarom niet aan maar één profiel gekoppeld zijn, maar is onderdeel van onze gezamenlijke missie. Tegelijkertijd zie ik dat studenten vaak een voorkeur houden voor overzichtelijke trajecten met meestal individuele hulpvragers. Een andere kwestie is dat we binnen gemeenten en zorginstellingen een beweging zien richting zorg en BIG-geregistreerde hulpverleners. Dat staat op gespannen voet met het feit dat we als samenleving deze vormen van hulpverlening niet kunnen volhouden met het oog op de arbeidsmarkt en de toenemende zorg- en hulpvraag. Ik hoop dat het nieuwe profiel gaat bijdragen aan een beroepshouding waarin we als sociaal werkers de netwerken en leefcondities van mensen versterken, zodat zij beter in staat zijn om elkaar tot steun te zijn. Als het ons lukt ons onderwijs hierop in te richten, dan werken we mee aan een essentiële verandering in de samenleving.’