
Uit de gesprekken leerde ik hoezeer heel specifieke praktijkkennis van medewerkers belangrijk is bij het realiseren van goede zorg. Een van de jongeren houdt er bijvoorbeeld van om wekelijks toneel te spelen. Ze floreert er zichtbaar bij. Op het toneel is een glimlach op haar gezicht gegarandeerd, en die houdt aan tot dagen daarna. Gaat het toneelspelen niet door, dan vervalt ze in de loop van de week sneller in apathie. Een andere jongere ontspant zich door het kijken naar documentaires over wolven. Hij doet graag mee met gezamenlijke activiteiten, maar een enkele keer worden de prikkels hem te veel. Een ingecalculeerd risico, dat medewerkers in samenspraak met hem dragen. Gaat het dan een keer mis, weet iedereen wat hem helpt. Niet zómaar televisiekijken, maar specifiek: een wolvendocumentaire zien. Zo hoorde ik meer voorbeelden waarin praktijkkennis een belangrijk verschil maakt in de kwaliteit van dagelijkse zorg. Natuurlijk hou ik geen pleidooi tegen het gebruik wetenschappelijke kennis in dit veld, integendeel. Wetenschappelijke kennis in je dagelijkse werk negeren is niet erg professioneel. Maar geen gebruik maken van praktijkkennis is dat evenmin. Het gaat altijd om een combinatie van verschillende typen kennis. Goede zorg is een zorg die op de mensen is afgestemd, zoals sociaal werk zich altijd richt op de relatie tussen mens en omgeving. Als we het belangrijk vinden dat iedereen meetelt, hebben we ook een ontvankelijke de samenleving nodig. Die boodschap komt in veel van de artikelen in dit themanummer naar voren. Uit recent onderzoek in opdracht van Stichting het Gehandicapte Kind blijkt bijvoorbeeld dat minstens een op de drie kinderen met een beperking nooit in de eigen buurt naar een speelplek gaat. Van de kinderen die er wel komen, speelt een kwart daar vaak alleen. Steeds meer gemeenten hebben daarom zogenaamde ‘samenspeeltuinen’: speeltuinen die toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking. Samenspelen wordt dan mogelijk. Dat hierin nog altijd een wereld te winnen is, wordt duidelijk uit het interview met Dave Smit en Jade van der Burgh, beiden werkzaam in de gehandicaptenzorg. Ze laten tegelijk ook zien hoe mooi hun werk is. We openen er dit nummer mee. Gastredacteur Marieke Kroezen toont in haar bijdrage over de arbeidsmarkt dat meer bekendheid over de gehandicaptensector hard nodig is. Mede dankzij haar inbreng kent dit nummer een rijke variatie aan invalshoeken over werken in dit belangrijke en – in de woorden van Jade – ‘magische’ veld.

