
Mensenrechten zijn onderdeel van de beroepscode en het beroepsprofiel van sociaal werkers. Zij behoren dus tot de professionele standaard van het beroep en zijn daarmee een belangrijke grondslag voor het handelen. Daarmee is sociaal werk niet per se het mensenrechtenberoep bij uitstek: het universele karakter van deze rechten maakt dat die in beginsel een handelingskader vormen voor alle beroepen. Maar sociaal werkers hebben, net als bijvoorbeeld artsen en advocaten, wel sleutelposities om betekenis te geven aan mensenrechten. En zij moeten dat doen in een complex spanningsveld waarin ze zowel uitvoerder zijn van gemeentelijk Wmo-beleid als professional met eigen discretionaire ruimte.
‘Tweepettenproblematiek’
We noemen dat ook wel de ‘tweepetten-problematiek’. Dit is één van de meest onderschatte dilemma’s van het beroep. Belangrijk dat er meer aandacht komt voor dit onderwerp, dat is geanalyseerd door onder anderen Bernard Zacka en – in Nederland – door Lex Veldboer, Jurja Steenmeijer en Thomas Kampen. Het bijzondere van het onderzoek van Dorien Claessens is dat zij diep in de uitvoeringspraktijk dook door enkele jaren met sociaal werkers van Utrechtse wijkteams mee te lopen en met hen in gesprek te gaan. Hoe komen de sociaal werkers namens de overheid tot besluiten over wie welke zorg krijgt? Doriens onderzoek laat goed zien hoe die tweepettenproblematiek ook steeds een rol speelt bij het ondersteunen van mensen met een beperking. Sociaal werkers moeten zich bewegen tussen het uitvoeren van gemeentelijk beleid (waaronder kosten beheersen), ‘beperkend’ geformuleerde wetgeving én recht doen aan het ‘ruimer’ geformuleerde VN-verdrag Handicap dat beoogt dat mensen met een beperking volwaardig mee kunnen doen in onze samenleving.
Spagaat
Wat blijft er in die spagaat over van mensenrechten als handelingskader? De sociaal werkers hebben verschillende strategieën ontwikkeld om met die spanning om te gaan. Ten eerste proberen zij de wet contextafhankelijk te interpreteren, zodat er ook ruimte blijft om vanuit beroepswaarden te handelen. Ten tweede nemen zij bij voorkeur beslissingen na consultatie van hun team, mede omdat de eigen juridische kennis niet altijd voldoende is. Ten derde benutten ze hun collega’s om wetgeving zo te interpreteren dat de individuele belangen van inwoners beschermd kunnen worden, bijvoorbeeld als professionals druk ervaren om voorzieningen af te schalen.
Juridische kennis
Claessens concludeert dat de Utrechtse sociaal werkers beschouwd moeten worden als belangrijke mensenrechtenactoren, ongeacht of zij zichzelf zo zien of zich bewust beroepen op mensenrechten. Een van haar conclusies is dat sociaal werkers deze rol nog beter kunnen vervullen als zij meer juridische kennis hebben en zich meer expliciet op mensenrechten beroepen in hun beslissingen. De BPSW is daarover met haar in gesprek. Over de tweepettenproblematiek schreef de BPSW al mee aan een handreiking voor sociaal werkers in wijkteams. Professionals kunnen alleen behendig wisselen van pet als zij voldoende kennis hebben, zodat zij zich niet te veel identificeren met hun rol als ambtenaar of werknemer of te weinig met hun professionele autonomie.
