Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Meer of minder sociaal werkers?

Jan Willem Bruins
Recent CBS-onderzoek laat zien dat sociaal werkers de snelst groeiende beroepsgroep zijn in de sector zorg en welzijn. Het onderzoek beperkt zich tot de maatschappelijke opvang, welzijnswerk en maatschappelijk werk. Deze vormen van sociaal werk zijn sinds de decentralisaties met maar liefst 44 procent gegroeid! Naast de sterke groei van de jeugdzorg zijn er meer sociaal werkers werkzaam in de lokale teams en de maatschappelijke opvang – deels door asielopvang.
Foto: BPSW

De decentralisaties van 2015 moesten zorg en welzijn goedkoper maken. Gemeenten zouden meer maatwerk kunnen leveren dan de Rijksoverheid. Lokale teams met sociaal werkers zouden de ‘vraag achter de vraag’ eerder herkennen en het aanbod op die ‘echte’ vraag zou goedkoper zijn. We weten inmiddels dat dit laatste niet waar is. Sociaal werkers die achter de voordeur komen, zien soms juist meer wat er leeft aan hulp- en ondersteuningsvragen.

Nu er politiek-bestuurlijk breed wordt ingezet op stevige lokale teams, is te verwachten dat het aantal sociaal werkers de komende jaren verder groeit.

Minder sociaal werkers

Maar kunnen we nog wel spreken van groei, als hooguit de helft van de nieuwe sociaal werkers de beroepsopleiding heeft gevolgd? Volgens het CBS is maar liefst 69 procent van de nieuwe instroom afkomstig uit de zakelijke dienstverlening. Slechts 34 procent van de instromers komt direct van het beroepsonderwijs. En dat hoeft niet de opleiding sociaal werk te zijn. Ook als we ervan uitgaan dat het leeuwendeel van die groep de beroepsopleiding heeft gevolgd en een deel van de zij-instromers als herintreders ook, lijkt het redelijk te veronderstellen dat niet meer dan de helft van de nieuwe sociaal werkers de beroepsopleiding heeft gevolgd. Een schokkend cijfer. Als we de beweging ‘naar de voorkant’, naar sterke lokale teams, serieus nemen, moeten de professionals in die teams hun vak beheersen. Dat is een absolute voorwaarde voor zowel goede hulp- en dienstverlening als voor het betaalbaar houden van zorg en welzijn. Terecht mag niemand als verpleegkundige aan de slag als de beroepsopleiding niet is gevolgd. Het is vreemd dat aan de meeste sociaal werkers, mensen die belangrijke besluiten nemen over het leven van (kwetsbare) andere mensen, géén opleidingseisen worden gesteld.

Tijd om eisen te stellen

Vaak wordt in de politiek-bestuurlijke wereld schaarste op de arbeidsmarkt als reden gegeven om geen eisen te stellen aan sociaal werkers. Zeker, we hebben zij-instromers nodig, maar ook aan hen kunnen (minimale) eisen worden gesteld. De BPSW Academie heeft daartoe bijvoorbeeld een leergang ‘onboarding’ ontwikkeld. Maar dat zijn noodoplossingen en de schaarste is niet zó groot dat de helft van de sociaal werkers maar zonder beroepsopleiding aan de slag moet gaan. Het is de hoogste tijd dit beter te regelen. Als we dat voor verpleegkundigen doen, waarom dan niet voor sociaal werkers?