Interview
Present
Werner van de Vrede legde Andries Baart – op afstand – een aantal vragen voor over afstand en nabijheid. Andries Baart antwoordde daar schriftelijk op. Deze uitwisseling was het resultaat.
Vragen blijven stellen
Ik denk dat er geen standaardrecept is voor een goede balans tussen afstand en betrokkenheid. Maatwerk is geboden. Dat vraagt steeds opnieuw om zorgvuldige afwegingen. Wat je doet, moet passen in een functionele professionele relatie. Als sociaal werker heb je een tijdelijke rol in iemands leven. Je helpt iemand weer zelf regie te nemen. Een cliënt moet niet afhankelijk van je worden.
Maximaal nabij op maximale afstand
Ik begeleid een team dat expliciet en vanuit visie niet meegaat in alleen digitaal contact onderhouden. Zij zijn een gespecialiseerd jeugd-wijkteam dat ervoor kiest om juist wel naar mensen toe te gaan in coronatijd. Natuurlijk houden ze afstand maar ze gaan wel op huisbezoek. Zij hebben van oudsher een duidelijke visie op nabijheid. Destijds begonnen ze ook alleen met medewerkers uit de gemeenschap zelf die letterlijk dichtbij wonen. Deze professionals proberen het leven van kinderen met veel problemen zo normaal mogelijk te maken en zoeken naar “gewone” oplossingen binnen de gemeenschap; zoals jongeren meesturen met de gemeentereiniging op de vuilniswagen, of het logeren of sporten of klussen of werken met paarden.
Aanraken is helpend
Er wordt vaak gezegd dat wij als hulpverlener ons eigen instrument zijn, maar een deel van dat instrument zouden we niet mogen gebruiken. Het aanraken van cliënten is voor veel collega’s taboe. Er heerst angst dat iemand aanraken tegen je gebruikt gaat worden. Ik geloof juist dat aanraking - een knuffel, een arm om iemands schouder – een manier is om nabijheid uit te drukken en dat het heel helpend kan zijn. Je moet als hulpverlener wel weten waarom je het doet, zeker weten dat de aanraking in het belang van de cliënt is en diens grenzen respecteren.
‘Het erkennen van het probleem geeft vaak al lucht’
Jolande IJkema is 57 jaar en ze werkt in Wijk bij Duurstede én in Cothen. Ze is haar loopbaan gestart als predikant in de protestantse kerk, eerst in Emmen en daarna in Wijk bij Duurstede. Na 20 jaar maakte ze een switch. Ze volgde de opleiding sociaal werk op de hogeschool in Ede.
‘Teleurstellingen uit het verleden zijn een garantie voor wantrouwen in de toekomst’
Opbouwwerkers doen dagelijks verbindingswerk voor buurtbewoners. In de opleiding heeft opbouwwerk echter geen aparte plaats meer na het afschaffen van CMV. Hopelijk krijgt het in het profiel Welzijn en Samenleving de aandacht die het verdient. Intussen maakt de BPSW zich er sterk voor. Maar hoe activistisch zijn opbouwwerkers vandaag de dag?





