Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

75 Jaar BPSW: ‘Sociaal werkers zijn van toegevoegde waarde’

Macella Strauss
Redactiecoördinator Vakblad Sociaal Werk
Een groter maatschappelijk vertrouwen in het vakmanschap van sociaal werkers, juist in een tijd waarin sociale vraagstukken steeds complexer worden. Dat is een duidelijke wens van Jan Willem Bruins, directeur van de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW). ‘Ons mooie vak staat onder druk, met meer professionele autonomie kunnen sociaal werkers hun werk beter uitvoeren.’

Bruins doet zijn verhaal vanwege het 75-jarig bestaan dat de BPSW dit jaar viert. Sinds 2018 komt hij als voorman onder meer op voor maatschappelijk werkers, jeugd- en gezinsprofessionals, begeleiders in de gehandicaptenzorg, opbouwwerkers, sociaal agogen en andere beroepsvarianten van sociaal werk. De BPSW zit in de lift met een jaarlijkse ledengroei van 5 á 10 procent. Inmiddels telt de beroepsvereniging zo’n 5000 leden. ‘We zijn continu bezig met de ontwikkeling en positionering van het vak sociaal werk. Denk aan belangenbehartiging, ondersteuning, advisering en opleiding van professionals’, schetst Bruins.

Beroep als missie

Dat werk was ook al zichtbaar in 1947, toen vlak na elkaar de Nederlandse Bond van Maatschappelijk Werkers en de Katholieke Vereniging van Maatschappelijk Werkers werden opgericht. Die twee fuseerden in 1969 tot de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers, wat in de loop der jaren resulteerde in de huidige BPSW. Ter gelegenheid van het jubileum wordt later dit jaar een boekje over de geschiedenis van de beroepsverenigingen van sociaal werkers uitgebracht in de serie ‘Canon van sociaal werk’. ‘Het bijzondere is dat je al decennialang ziet hoe sociaal werkers hun beroep als een missie zien. De essentie van toen, kwetsbare mensen en gemeenschappen adequate hulp en begeleiding willen bieden, staat nog steeds als een paal boven water’, stelt Bruins.

Waardevol

Hij vindt het een goede ontwikkeling dat er steeds meer samenwerking komt tussen het zorgdomein en het sociaal domein. ‘Niet voor niets wees de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO, red.) al in 1948 op drie vormen van gezondheid: de lichamelijke, mentale én sociale gezondheid van mensen zijn niet los verkrijgbaar.’ Die drietrapsraket vindt hij waardevol. ‘We zijn vaak geneigd om ze als drie aparte categorieën te beschouwen.’

Niet los verkrijgbaar

Bruins neemt iemand met grote geldzorgen als voorbeeld: dat kan leiden tot stress of andere mentale problemen, die op den duur weer lichamelijke én sociale klachten geven. Immers, als er onvoldoende geld is om deel te nemen aan het maatschappelijke verkeer, isoleert iemand zich sneller. ‘Dan sla je een verjaardag over, omdat er geen geld is voor een cadeau. Eenzaamheid ligt al gauw op de loer. Wat ik ermee wil zeggen, is dat lichamelijke, mentale en sociale gezondheid niet los van elkaar verkrijgbaar zijn. Het zegt wat mij betreft ook genoeg over de toegevoegde waarde van sociaal werkers in onze wereld.’

Signaalfunctie

Bruins stelt dat het beroep echter steeds vaker in de knel komt. ‘Sociaal werkers opereren tussen mens en samenleving, tussen de persoonlijke leefwereld en maatschappelijke systemen. Zij zien de kansen die goed sociaal beleid biedt voor burgers, maar zien ook als één van de eersten de schaduwkanten van de systeemwereld. Neem het armoede- en schuldenvraagstuk, de kansenongelijkheid of de wooncrisis, drie grote thema’s die het bevorderen van sociale gezondheid in de weg staan. Sociaal werkers signaleren die schaduwkanten van sociaal beleid en proberen die bij beleidsmakers onder de aandacht te brengen. En andersom, beleidsmakers zouden veel meer gebruik moeten maken van alle kennis die sociaal werkers hebben. Zij komen bij mensen thuis.’

Autonomie

Het past in Bruins pleidooi voor meer autonomie voor sociaal werkers, ook omdat de context waarin sociaal werkers opereren ‘veel complexer’ is geworden. Hij wijst onder meer op de marktwerking, de decentralisaties in het werkveld, vaak gepaard met bezuinigingen én de grote regeldruk.

Verschillende functienamen

De directeur van de BPSW benoemt nog een ander probleem voor de professie sociaal werk. In ‘De stand van het sociaal werk in Nederland’, een volgens Bruins belangrijk onderzoek van Movisie dat vorig jaar uitkwam, is aan een kleine zevenhonderd sociaal werkers gevraagd hoe hun werkgever, bijvoorbeeld de gemeente, hun beroep noemt. ‘Daaruit bleek dat er voor het beroep sociaal werker bijna driehonderd verschillende functienamen werden gebruikt. Dit is sinds de decentralisaties sterk toegenomen. Iedere gemeente bedenkt nieuwe namen voor het sociaal werk en maakt daarmee het beroep minder zichtbaar.’

Meer erkenning

Een oplossing is volgens Bruins meer erkenning voor het vakmanschap van de sociaal werker. ‘Nog los van de soms vervreemdende functiebeschrijvingen en -namen die voor sociaal werkers bedacht zijn, zie je dat veel professionals de afgelopen jaren in dienst gegaan zijn bij gemeenten, waar ze geacht worden beleid uit te voeren. Dat kan haaks staan op hun vakmanschap, op hoe ze zouden reageren zonder bezuinigingsopdracht of zonder regelzucht. Professionals kunnen zich in die situaties daarom onvrij in hun handelen voelen. Dat raakt ook aan de beroepsethiek.’

Niet gebonden aan beleid

Daar ligt óók een taak voor zijn beroepsvereniging, erkent Bruins. ‘We zijn niet gebonden aan gemeentelijk beleid, maar benoemen de problemen wanneer het moet. We kunnen vanuit onze positie vragen stellen, brieven schrijven, onderzoek doen, belangen behartigen. Daarom vragen we ook om verlaging van de werkdruk, om vertrouwen in de kwaliteit van sociaal werkers, willen we het mooie vak in deze moeilijke tijd blijven ontwikkelen.’

Meer zichtbaarheid

Ook een verbetering van de zichtbaarheid van het beroep vindt Bruins op korte termijn wenselijk. ‘Burgers vinden al die verschillende namen voor sociaal werkers onduidelijk. In de medische wereld is het vaak veel duidelijker: de huisarts en de verpleegkundige krijgen niet in iedere gemeente een nieuwe functienaam.’ De BPSW investeert daarom in het meer zichtbaar maken van de kern van het beroep. Zo zijn er vier verschillende beroepscodes van beroepsvarianten in sociaal werk teruggebracht tot één nieuwe beroepscode voor alle sociaal werkers. ‘In die beroepsethiek geven we de belangrijkste waarden waarop sociaal werkers zich oriënteren en waarop zij aanspreekbaar zijn.’

Kern van het vak

Sociaal werkers die lid zijn van de BPSW of in een beroepsregister staan ingeschreven, geven ook formeel commitment aan hun beroepswaarden. Bovendien verschijnt in juni voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse sociaal werk een beschrijving van het beroep waaraan door professionals in alle sectoren van sociaal werk is meegewerkt. ‘Er waren altijd wel beroepsbeschrijvingen voor specifieke groepen, zoals jeugd- en gezinsprofessionals of maatschappelijk werkers, maar nu komt er dus voor het eerst een beschrijving die de basis is voor alle soorten sociaal werk. Daarin geven we de kern van het vak weer. En dat is een professie die betekenis geeft.’

De BPSW staat later dit jaar uitgebreid stil bij haar 75ste verjaardag. Op 24 november wordt in Utrecht een jubileumbijeenkomst georganiseerd, met onder anderen hoogleraar sociaal werk Margo Trappenburg als spreker. Ook wordt de Van Dantzig-penning uitgereikt en wordt het boekje over de geschiedenis van de beroepsverenigingen gepresenteerd. Het geheel wordt omlijst met muzikale optredens.