Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

BOEKEN

Dirk De Wachter - psychiater-psychotherapeut, zelf benoemd 'verdrietdokter' en bestsellerauteur - is een bekende Vlaming geworden door zijn veelvuldige tv-optredens, boeken en interviews. Nu is hij geconfronteerd met een levensbedreigende ziekte.

Een juweel aan troost

Door Bob de Raadt, freelance contextueel maatschappelijk werker, gastdocent bij Erasmus MC Academie, blogger, vadercoach

Op de achterkant van Vertroostingen, zijn nieuwste boek, staat: ‘Wat ik zelf heb meegemaakt, doet me nadenken over de vraag: als een mens in de miserie zit, wat helpt dan? Wat doen we wanneer het noodlot ons treft? Waar vinden we troost? Het antwoord kun je in enkele woorden samenvatten: in de aanwezigheid van de ander. Dat is de basis.’ De Wachter neemt lezers in dit boek mee op de reis die hij aanvangt als hij deze onverwachte boodschap hoort: hij heeft uitgezaaide kanker, met een onduidelijke prognose. Een reis over ‘lijden en dood’, eigen verdriet en onzekerheid en over wat houvast en hoop biedt ten tijde van tegenslagen. In de kern gaat dit boek over troost: over de behoefte eraan, hoe troost naar je toekomt, over troost zoeken bij de ander en over de troost van, zoals de auteur dat zo mooi noemt, ‘het kleine goede’. De troost van het ‘niet-weten’, van rituelen, van samenzijn, van inspirerende personen, hun beeldende, literaire en/of muzikale kunst: Bach, Leonard Cohen, Neil Young, André Breton. Ook Parijs speelt een belangrijke rol in De Wachters behoefte aan troost. Zijn gezin van herkomst en de open armen van zijn ouders zijn een belangrijke troostbron voor hem (‘basic trust’) zoals ook de collega’s die hem inspireerden dat zijn. Ook refereert hij geregeld aan Levinas. Deze filosoof betekent voor De Wachter: vriendelijkheid, ‘de mens die er voor u is’, ‘de mens die iets voor u doet,’ iets ogenschijnlijk onschuldigs, een blik, een glimlach, een hand, een schouderklop, iets heel klein menselijks – zo betekenisvol. Dit is de rode draad in het leven van De Wachter: de waarde van het ‘kleine goede’ en dat gegeven werkt hij liefde- en verwachtingsvol uit. Vertroostingen is een ontroerend mooi boek, zeker tegen de achtergrond van de auteurs ernstig ziek zijn, zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Het kleine goede geeft troost en nabijheid, zeker als de wereld kleiner wordt. De Wachter beschrijft onverwachte ontmoetingen met mensen en wordt geraakt door brieven en mailtjes van hem onbekende mensen die voor hem bidden. In de ontmoeting met de ander, en daarin volgt De Wachter Levinas, is het kleine ‘kleine goede’ groots. Dirk De Wachter weet een gevoelige snaar te raken, door het klein te houden, door op het belang van medemenselijkheid te wijzen, door allerlei vormen van troost te benoemen en te delen. Het boek is toegankelijk geschreven, herkenbaar in de ontreddering die hoort bij ernstig ziek zijn en een onvoorspelbare toekomst hebben, en boeiend door de referenties aan muziek en kunst. Een juweel dat iedereen die op reis is door moeizame en verdrietige omstandigheden tot steun kan zijn.

Dirk De Wachter (2022)
Amsterdam-Tielt: Uitgeverij Lannoo Campus (154 pp., €24,99)

Behandelwijzer CGT

Door Raffaella Bidotti, student toegepaste psychologie

In de geheel herziene, tweede editie van Behandelwijzer cognitieve gedragstherapie voor kinderen en jongeren geeft hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Paul Stallard theoretische achtergronden en praktische adviezen bij het gebruik van de werkboeken Denk goed – voel je goed en Denk goed – voel je beter. De behandelwijzer begint met een inleiding met daarin de basisprincipes van cognitieve gedragstherapie (CGT). Het gaat om een kindgerichte filosofie die hoop kan geven voor de toekomst van kinderen/jongeren met bijvoorbeeld autisme, leerproblemen, angststoornissen en/of depressie. Vervolgens gaat de auteur in op de therapeutische alliantie wat een voorspeller kan zijn van het succes van de therapie. Het handboek beschrijft competenties die je als therapeut moet hebben om CGT te kunnen geven aan kinderen en jongeren en biedt tools om je kwaliteiten als therapeut binnen de therapeutische relatie met een kind te vergroten. Het nodigt professionals uit stil te staan bij de eigen houding en handelingen en dit leidt tot zelfreflectie. Verder bevat het boek vele praktijkvoorbeelden: lezers kunnen daardoor meteen een vertaalslag maken vanuit de theorie. Het boek is mede daarom ook heel interessant voor gebruik binnen opleidingen zoals toegepaste psychologie en social work. De beschreven oefeningen, spelletjes, de vragen die je kunt stellen en de signalen die je kunt oppikken bij een kind zijn niet alleen bruikbaar in de klassieke ggz, maar ook goed inzetbaar in de praktijk van maatschappelijk werkers en die van onderwijspsychologen.

Stallard, P., (2022)
Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds (359 pp., €49,95)

Anders leven

Door Werner van de Vrede, redacteur Vakblad Sociaal Werk

Prof. Dr. Manu Keirse is een vooraanstaand Belgische klinisch psycholoog en een autoriteit op het gebied van verdriet, verlies en de laatste levensfase. Dit boek begint met een terugblik op zijn jeugd. Een cynicus zou kunnen denken dat hier om een ‘opa vertelt’ en een ‘vroeger was alles beter’-verhaal gaat, maar Keirse laat weinig ruimte voor cynisme. Hij is duidelijk erg betrokken en menselijk, maar ook een wetenschapper. Ja, opa vertelt, maar naar deze opa luister je graag. Dat zowel de jonge als de oudere generaties er baat bij hebben als we die laatste weer echt laten praten, is één van de thema’s in het boek. Door de minachting en onverschilligheid waarmee ouderen vaak benaderd worden, gaat veel wijsheid verloren. Keirse kijkt met weemoed terug op zijn jeugd, maar is zeker niet blind voor de verworvenheden van de moderne wetenschap of doof voor de progressie die emancipatoire bewegingen boekten in de laatste decennia. Hij benadrukt dat technologie weliswaar een noodzakelijke voorwaarde is voor goede gezondheidszorg, maar dat die zorg zonder menselijke maat niet mogelijk is.

Naast de hoofdstukken over zijn jeugd bestaat het boek uit de delen ‘anders ouder worden’, ‘anders ziek zijn’ en ‘anders sterven’. Waar mensen vroeger bij hoge uitzondering nog een hele levensfase na het pensioen mochten ervaren, is dit nu meer gangbaar geworden. Toch worden mensen niet goed voorbereid op de ouderdom en wordt er te rigide gedacht over bijvoorbeeld werk en studie. Keirse pleit ervoor mensen de mogelijkheid te bieden hun hele leven te werken en te studeren. Ook op latere leeftijd is het waardevol om jezelf te blijven ontwikkelen. Oudere mensen zijn vaak juist gelukkiger dan jongere mensen, ze ervaren meer rust en hebben meer tijd voor zingeving. Jongeren kunnen zich amper een beeld vormen van ouderdom en ouderdom blijft ook vaak buiten het zicht van jongeren. Het is belangrijk, vindt Keirse, dat jongere generaties vaker met oudere generaties geconfronteerd worden, niet alleen om van hen te leren, maar ook om zich voor te bereiden op de eigen laatste levensfase.
Het deel over ziek zijn is een fundamentele kritiek op de doorgeslagen technologisering in de gezondheidszorg. Hyperspecialisatie heeft tot talloze hokjes geleid, waarin medici patiënten niet meer als mens, maar als orgaan benaderen. In opleidingen is amper plaats voor communicatie, waardoor aan een belangrijk deel van zorg wordt voorbijgegaan. Keirse pleit niet tegen specialisatie, maar voor betere samenwerking tussen de specialisten. Men zou moeten leren teamspeler te zijn: alleen dat maakt een integrale gezondheidszorg mogelijk, waarin de mens centraal staat. In ziekenhuizen ligt de nadruk vaak meer op cure dan op care, terwijl genezing lang niet altijd tot de mogelijkheden behoort. Zeker in de palliatieve fase is het de vraag of wéér een operatie iets toevoegt of niet. Valse hoop kan toxisch zijn en mensen de kans ontnemen om waardig te sterven. Anders leven is een diep menselijk en wijs boek. Een pleidooi voor een humanere en meer verbonden samenleving kan vaak op veel instemming maar weinig concrete bijval rekenen. Dit boek verdient het echter ter harte te worden genomen.
Keirse, M., (2021)
Tielt: Uitgeverij Lannoo nv (240 pp., €22,99)

Motiverende gespreksvoering

Door Werner van de Vrede
Sinds Millner en Rollnick in 1991 hun eerste boek over motiverende gespreksvoering publiceerden, is deze methode één van de belangrijkste instrumenten in de toolkit van de social worker geworden. Geworteld in de traditie van humanistisch georiënteerde hulpverlening gaat die uit van de innerlijke drang tot groei en zelfontwikkeling van mensen. Als hulpverlener help je de cliënt deze innerlijke motivatie te laten groeien om uiteindelijk tot een echte gedragsverandering te komen. Praktijkgids motiverende gespreksvoering social work is de opvolger van Motiverende gespreksvoering voor sociaalagogisch werk. Deze nieuwe versie is gebaseerd op de derde editie van het standaardwerk van Millner en Rollnick en op verzoek van studenten en docenten zijn er oefeningen aan toegevoegd om de vaardigheden in praktijk te leren brengen.

Men zou kunnen denken dat deze uitgave overbodig is omdat de uitstekende boeken van Millner en Rollnick ook gewoon vertaald en te koop zijn. Wie de boeken na elkaar leest, zal echter zien dat deze praktijkgids wel degelijk een waardevolle toevoeging is. In heldere en duidelijke taal weten Goijarts en Van der Veen de van zichzelf al inspirerende stof nieuw leven in te blazen.

Dit boek is een hebbedingetje voor elke social worker. Voor studenten om een waardevol gereedschap te leren toepassen, maar ook voor oude rotten in het vak, die wel wat opfrissing kunnen gebruiken.
Veen, M., van der & Goijarts, F., (2022)

Zien, horen en voelen

Door Werner van de Vrede
Huiselijk geweld en kindermishandeling hebben enorm veel impact op de slachtoffers. Niet zelden worden slachtoffers ervan later zelf ook weer dader. Onveilige hechting en trauma kan levenslange schade aan mensen toebrengen. Deze feiten zijn ondertussen wel bekend bij hulpverleners. Goed omgaan met mensen met een dergelijke geschiedenis is echter minder vanzelfsprekend. Al te vaak vallen hulpverleners terug in de rol van expert en leunen zij op boekenwijsheid of proberen een individu te vangen in een overkoepelende theorie. Dit werkt vaak contraproductief. Mensen voelen zich niet gehoord en niet gezien en daarmee is een pad naar herstel afgesneden. Als hulpverlener weten we ondertussen dat we veiligheid en vertrouwen moeten bieden, maar hoe doen we dat? Daar komt veel meer bij kijken dan vaak gedacht.

In Zie je mij? komen twaalf ervaringsdeskundigen aan het woord: voormalige slachtoffers én plegers die reflecteren op hun verleden en de manieren waarop hulpverleners hen wel of juist niet hebben geholpen. Het zijn indrukwekkende verhalen die de lezer niet onberoerd zullen laten. Hoewel dit ook een boek is en we ook hier dus kunnen spreken van ‘boekenwijsheid’, gaat het om informatie uit de eerste hand: hier spreken mensen van vlees en bloed. We leren over hoe patronen intergenerationeel doorwerken, over wanneer welke gespreksvaardigheden nodig zijn, hoe moeilijk het is echt bij je gevoel te komen na jaren van vernedering.

De praktijkverhalen worden aangevuld met waardevolle inzichten van in trauma gespecialiseerde professionals. Eigenlijk zou elke hulpverlener die te maken heeft met huiselijk geweld en kindermishandeling dit boek moeten lezen. Het raakt emotionele snaren, maar geeft ook handvatten en inspiratie voor een betere praktijk.
Lakho, H., Wapenaar, J.,
Houten: Bohn Stafleu van Loghum (219 pp., €29,95)