Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Sociaal werkers in de gehandicaptenzorg. ‘Een wereld gaat open’

Onbekend maakt onbemind. Weinig sociaal werkers kiezen voor de gehandicaptenzorg. Maar wie aan zijn eigen ongemak voorbij durft te gaan en zich openstelt, zal verrast worden over hoe ‘gaaf' deze doelgroep is, weten begeleiders Hanneke Lugtenberg en Ellis Hegeman. ‘In ons werk draait het om langdurige relaties en steeds opnieuw de puzzel leggen.'
Ellis Heggeman: ‘Het gaat om een relatie opbouwen, de ander ontmoeten.' Foto: Marloes van Doorn

‘Waarom ik de gehandicaptenzorg ben ingegaan? Het is meer dat ik er ben ingerold,’ vertelt Hanneke Lugtenberg. ‘Mijn interesse ging altijd al uit naar het snijvlak medisch-sociaal. Ik heb eerst geneeskunde gestudeerd, en ben overgestapt naar Social Work. Mijn eerste baan was bij een medisch kinderdagverblijf. Daar zat een kind met het syndroom van down. Ik vond het enorm interessant. Zo ontstond het idee om in de gehandicaptenzorg te gaan werken.’ Ze is coördinerend begeleider in de dagbesteding bij stichting Pim, een kleine instelling in Dorst. ‘Ik werk met jongeren met een ernstige meervoudige beperking. Afhankelijk van de behoefte organiseer ik activiteiten voor hen. Daarbij kun je denken aan paardrijden en zwemmen, aan prikkeling van de zintuigen met bijvoorbeeld snoezelen of muziek. Maar ook aan educatie met inzet van een spraakcomputer. Daarnaast heb ik een aantal beleidstaken binnen de organisatie.’

Maakbaarheid

Ook Ellis Hegeman kwam bij toeval in de sector terecht. ‘Ik kende de gehandicaptenzorg niet, had in mijn omgeving nooit te maken gehad met iemand met een beperking. Pas toen ik stage ging lopen tijdens mijn opleiding Social Work ontdekte ik wat voor gave doelgroep het is.’ Die stage was bij Aveleijn, een grote zorginstelling in de regio Twente waar ze 24 jaar later nog altijd werkt. ‘Als ambulant begeleider ondersteun ik mensen met een verstandelijke beperking of lage sociale redzaamheid. Ik help hen onder meer met het plannen en organiseren van de week, de administratie, fungeer als klankbord en ben de spil in contacten met de gemeente, zorgverleners en het netwerk.’ Het mooie aan haar vak is dat het zoveel uitdaging biedt, zegt ze. ‘We werken met mensen met complexe en soms meervoudige beperkingen. Dat vraagt om een andere benadering. Sommigen kunnen zelf niet aangeven wat ze willen. Dan moet je toch achterhalen wat de behoeften zijn.’ Hanneke vult aan: ‘Dat zit ‘m soms in heel kleine signalen als een gezinsuitdrukking of lichaamshouding. Prachtig om steeds te ontdekken wat werkt voor iemand. Die puzzel is ook aldoor anders. Elk mens is uniek.’ De doelgroep gaat haar zeer aan het hart. ‘Het zijn heel mooie mensen. Puur en direct. Er zit niks tussen. Ze zijn zoals ze zijn. Dat is heel verfrissend in een maatschappij waar het draait om maakbaarheid en zelfverbetering.’

Preventie

Hanneke werkt bij een kleine instelling. ‘Ik ben onderdeel van een vraaggericht team dat bestaat uit sociaal werkers en verpleegkundigen. We vullen elkaar aan met kennis en kunde en kunnen daardoor brede zorg bieden. Heel waardevol vind ik dat.’ In de zorg komt het steeds vaker voor dat er kwaliteitskeuzes gemaakt moeten worden in wat wel en niet kan, weet de sociaal werker. Dat kan bijvoorbeeld zijn op het gebied van preventie. ‘Denk aan buiten zijn en bewegen. Dat is voor iedereen gezond, maar voor deze groep is het nog belangrijker. Bijvoorbeeld om de fysieke kwaliteiten die er zijn op peil te houden. Ook het kunnen eten en drinken in eigen tempo is iets wat erbij in kan schieten. Dan worden er keuzes gemaakt voor sondevoeding. Heel schrijnend. Gelukkig speelt dat bij ons niet en kan ik de kwaliteit leveren die ik wil. Voor mij is dat een vereiste.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-024-1958-1/MediaObjects/12459_2024_1958_Fig2_HTML.jpg
Hanneke Lugtenberg: ‘Prachtig om steeds te ontdekken wat werkt voor iemand. Die puzzel is ook aldoor anders.’
Geen keus
Typerend aan het werk in de gehandicaptenzorg is dat het vaak over mensen gaat die levenslang zorg nodig hebben. Zij zijn afhankelijk van hun omgeving. Hóe afhankelijk, realiseerde Hanneke zich pas nadat ze er een periode niet was. ‘Ik was met zwangerschapsverlof. Toen ik weg was, ging het niet zo goed met een meisje uit mijn groep, een tiener. Niemand wist wat er aan de hand was. Eenmaal terug zat ik op de bank naast haar. Ineens kroop ze tegen me aan en klampte zich aan me vast alsof ze nooit meer los zou laten. Ze maakte geen geluid, maar haar intens affectieve gebaar zei alles. Je zag haar met de minuut meer ontspannen en comfortabeler worden. Collega’s gaven aan: zo hebben we haar lang niet gezien. Nog altijd als ik eraan terugdenk, raakt het me. Je bent zo belangrijk voor hen. Ze hebben geen keus, dat maakt het heel kwetsbaar.’
‘Er wordt wel gezegd: het werk is een passie. Maar het is een vak!’

Veroordelen

Het werk vraagt in hoge mate om te verbinden, zegt Ellis. ‘Het gaat om een relatie opbouwen, de ander ontmoeten. Als sociaal werker hebben we de tools en kennis in huis om dat contact te maken. Welke gesprekstechniek zet je in? We zijn ons eigen instrument.’ Die relatie opbouwen vraagt vaak tijd, weet de sociaal werker. Neem de vrouw met een lichte beperking die ze begeleidde, in eerste instantie vanwege een aan drugs verslaafde zoon. ‘Ik ondersteunde haar in de opvoeding. Zij reageerde op een afstandelijke manier op mij. Pas na driekwart jaar stelde ze zich een beetje open voor mijn begeleiding. Dit lukte mij door bij haar aan te sluiten en niet te veroordelen; gelijkwaardig in de relatie te staan. En tijd te besteden aan de oprechte ontmoeting.’
‘Pas na drie kwart jaar stelde die cliënt zich een beetje open voor m’n begeleiding

Twijfel

Het vak biedt veel ruimte om jezelf te ontwikkelen, weten de twee sociaal werkers, ook omdat de gehandicaptenzorg zo breed en divers is: van lichte beperkingen tot meervoudig ernstige handicaps. ‘Er wordt wel gezegd: het werk is een passie. Maar het is een vak!,’ aldus Hanneke, die zich net als Ellis actief inzet voor de professionalisering van het sociaal werk en specifiek de gehandicaptenbegeleiding. Zo is ze via de BPSW betrokken bij de ontwikkeling van multidisciplinaire richtlijnen bij SKILZ. ‘Sociaal werkers hebben veel kennis en expertise, alleen is die nog niet altijd gebundeld. In de medische wereld, zoals bij artsen en verpleegkundigen, is het gebruikelijk dat de beroepsgroep zelf richtlijnen opstelt. Het is mooi dat de verschillende disciplines nu samenwerken aan kaders die voor de gehele langdurige zorg toepasbaar zijn.’ Dat is nodig om het werk nóg beter te kunnen doen, zegt ze. ‘Zeker in ons vak, met complexe casussen, waar je soms twijfelt of je het juiste doet, is het heel behulpzaam als er betrouwbare informatie voorhanden is.’ Ellis: ‘De beroepscode is ook zo’n steun. Zo fijn om dat houvast te hebben.’

Professionele ontwikkeling in de gehandicaptenzorg

Sociaal werkers in de gehandicaptenzorg timmeren de laatste jaren stevig aan de weg. Ze werken samen met de BPSW aan de individuele én collectieve professionele ontwikkeling van hun beroepsgroep. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Ze nemen deel aan leergangen om ambassadeur van hun vak te worden. Dat gaat om een intensieve training van een jaar waarin steeds zo’n vijftien deelnemers leren hun vak verder te ontwikkelen en meer bekendheid te geven. Jan Willem Bruins, directeur van de BPSW: ‘Dat laatste is ook nodig om meer mensen te werven voor het vak. De tekorten zijn groot. De ambassadeurs praten met het ministerie van VWS, de brancheorganisatie, geven voorlichting op scholen en zijn actief in de media.’
  • Onlangs is een pilot beroepsregistratie gestart, ondersteund door VWS. Dit houdt in dat in de komende drie jaar zo’n 350 begeleiders werken aan hun professionele ontwikkeling door zelf keuzes te maken in het volgen van opleidingen en trainingen. De pilot wordt wetenschappelijk gemonitord door HAN-lector Maaike Hermsen en ondersteund door brancheorganisatie VGN. Bruins: ‘Het is bijzonder hoe de beroepsgroep zelf het initiatief heeft genomen om met registratie aan de slag te gaan. Hopelijk gaat de pilot ook bijdragen aan beroepstrots.’
  • Voor begeleiders is een zogenaamd ‘waardenkompas’ ontwikkeld; een laagdrempelige inleiding op de beroepscode. Het waardenkompas is ook opgenomen in de BPSW-app beroepsethiek. Bruins: ‘De beroepsvereniging biedt organisaties voor gehandicaptenzorg gratis scholing in de beroepsethiek aan, mede mogelijk gemaakt door VWS.’
  • Begeleiders werken in een functiegroep bij de BPSW samen aan de positionering en profilering van hun vak.
Groeien
Niet veel sociaal werkers kiezen voor het vak van begeleider. De twee denken dat dit wellicht ook komt door de vooroordelen die er zijn over de doelgroep. ‘Onbekend maakt onbemind,’ klinkt het uit hun beider monden. Hanneke: ‘Mensen vinden het spannend, weten niet goed hoe ze ermee om moeten gaan. Wat betekent bijvoorbeeld die blik of gezichtsuitdrukking?’ Voor wie daaraan voorbij durft te gaan, gaat letterlijk een wereld open, meent Ellis. ‘Het vak is zó boeiend en mooi: je kunt er enorm van groeien als professional én mens.’
Jacqueline Bot is communicatieadviseur bij de BPSW en werkt daarnaast als freelance journalist.
Foto’s: Marloes van Doorn