Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Cultuur en gender: tegenpolen?

Sawitri Saharso
Moet je vanuit het oogpunt van sociale rechtvaardigheid rekening houden met cultureel verschil in genderrelaties? En moet je dan extra alert zijn op culturele praktijken die de rechten van vrouwen schaden? Deze vragen moeten altijd gesteld worden, betoogt Sawitri Saharso, ook al zijn ze niet eenvoudig te beantwoorden.  
In 2016 publiceerde het tijdschrift Sociale Vraagstukken het manifest ‘Stel mensenrechten centraal in het sociaal werk’ van Jeannette Hartman, Jeroen Knevel en Didier Reynaert. Daarin schrijven zij: ‘Het is de kerntaak van het sociaal werk te werken aan een rechtvaardige samenleving en op te komen voor de rechten en belangen van kwetsbare groepen.’ De opstellers van het manifest schrijven ook: ‘Sociaal werkers proberen elke dag opnieuw uitsluiting van mensen in de samenleving op te heffen, en bij te dragen aan sociale rechtvaardigheid en menselijke waardigheid.’
Deze sociale rechtvaardigheid wordt door hen vooral geassocieerd met een rechtvaardige verdeling van middelen, die zij op allerlei manieren bedreigd zien. Ze wijzen onder meer op de grote kansenongelijkheid in het onderwijs in België en Nederland, de groeiende groep kinderen die in armoede opgroeit en de moeizame toegang tot de arbeidsmarkt voor mensen met een beperking. Ze roepen daarom sociaal werkers op in actie te komen en op te komen voor de ander. En ze zien voor de opleidingen sociaal werk een belangrijke taak weggelegd in ‘het bijbrengen van besef welke mensenrechtelijke kwesties en welke vraagstukken van onrechtvaardigheid er aan de orde zijn en hoe hierop kan worden gereageerd’ (Hartman, Knevel &Reynaert 2016). Daarbij dient het handelingsperspectief centraal te staan.
Deze oproep was voor mij aanleiding om me af te vragen wat sociale rechtvaardigheid betekent in de context van cultuur- en genderverschillen. En wat als rechtvaardigheid voor de één ten koste gaat van rechtvaardigheid voor de ander? Mijn stelling is dat culturele rechtvaardigheid en gender-rechtvaardigheid in de praktijk op gespannen voet met elkaar kunnen staan. Dat kan bij de sociale professionals dilemma’s oproepen over hun handelen.

Sociale rechtvaardigheid: herverdeling of erkenning?

Wat is sociale rechtvaardigheid? In het eerder genoemde manifest wordt sociale rechtvaardigheid opgevat als een begrip dat gaat over een rechtvaardige verdeling van middelen, maar ook als een manier om aan te kaarten dat kwetsbare mensen onvoldoende in staat zijn om voor zichzelf op te komen en daarom niet krijgen wat hen toekomt. Het is zeker niet ongebruikelijk om sociale rechtvaardigheid op te vatten als een verdelingsprobleem, maar daarmee worden niet alle rechtvaardigheidskwesties in beeld gebracht. Sociale rechtvaardigheid als verdelingsprobleem beschouwen is op zich goed, maar niet genoeg. Dit betoogt bijvoorbeeld de Amerikaanse filosoof Iris Young (1990). Zij maakt een onderscheid tussen de klassiek liberale opvatting van rechtvaardigheid en een politiek van verschil, geïnspireerd op het onderscheid tussen redistribution en recognition, herverdeling en erkenning van identiteit.

Herverdeling gaat over gelijkheid, gelijke rechten en gelijke kansen. Het is oneerlijk verdeeld in de wereld en dat zou niet mogen. Er horen gelijke maatschappelijke kansen voor iedereen te zijn, ongeacht identiteit. Het klassieke liberalisme zegt: het zou voor iemands kansen in de samenleving niet uit mogen maken wat je achtergrond is, of je man of vrouw bent, homo of hetero, of je arm of rijk bent geboren, tot de meerderheid behoort of tot een etnische of religieuze minderheid. Allemaal zouden we vrijheid en gelijke sociale kansen moeten hebben, ongeacht onze identiteit. Dat is een mooi en inspirerend ideaal gebleken. Martin Luther King verwoordde het bijvoorbeeld als volgt in zijn beroemde ‘I have a dream’ speech:

‘I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin but by the content of their character.’
Een voorbeeld van sociale rechtvaardigheid opgevat als gelijke behandeling is de wettelijke erkenning van het huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht, het homohuwelijk. Dat vond in Nederland plaats in 2001 en in België in 2003, na een lange strijd van wat toen nog de homobeweging heette. De homobeweging wilde daarmee toegang tot een recht dat hetero’s allang hadden, het huwelijk. Radicalere delen van de homobeweging zagen niets in deze vorm van gelijke behandeling: zij wilden helemaal niet net zoals hetero’s worden. Die vierden hun eigen seksuele identiteit en riepen om afschaffing van het instituut huwelijk en vervanging van een wettelijk kader voor alle mogelijke duurzame samenlevingsvormen (Hekma 2004; Sanders 2021).

Hoe kun je als feminist solidair zijn met andere vrouwen, over culturele grenzen heen?

AdobeStock443914735
Emancipatiestrijd

Wat het herverdelingsparadigma inhoudt is hiermee wel duidelijk, maar wat houdt ‘erkenning van identiteit’ in? Young legt uit dat het liberale idee van rechtvaardigheid identiteit wil wegpoetsen; het zou niet van belang mogen zijn. Onze afkomst en onze sekse doen er niet toe. Maar soms vereist rechtvaardigheid dat we juist wél rekening houden met verschillen in identiteit. We moeten bijvoorbeeld erkennen dat het vrouwen zijn, die kinderen baren en dat zij daarmee een belangrijke maatschappelijke functie vervullen, namelijk dat er na ons een volgende generatie is en dat zij daarom recht hebben op goede regelingen rond zwangerschap en bevalling, en niet als aanvulling op bestaande wet- en regelgeving rond ziekteverzuim. Alsof bevallen een ziekte is en vrouwen daarom een risicogroep. Zwangerschap en bevallen dienen erkend te worden als een normaal en onmisbaar onderdeel van het menselijke bestaan (Young 1990; 175-177).

De emancipatiestrijd van culturele minderheidsgroepen is ook eerst en vooral een strijd om culturele erkenning. Het waren inheemse minderheden, zoals First Nation Peoples in Canada of Aboriginals in Australië wier cultuur decennialang onderdrukt is geweest, die culturele groepsrechten verlangden om hun leefwijze te beschermen. Ze vroegen bijvoorbeeld om landrechten, zodat oliemaatschappijen niet mochten boren in hun leefgebied, iets dat het einde zou betekenen van hun traditionele bestaan als jagers of vissers.

Het gedrag van daders is vaak door cultuur geïnspireerd

Als weldenkende mensen vinden we dat een terecht verlangen. De echo hiervan klinkt door in het idee van volwaardig burgerschap met behoud van eigen cultuur of religie. Maar wanneer die eigen cultuur of religie tradities of praktijken kent die de rechten en het welzijn van vrouwen schaden, wordt het ingewikkeld. Dan lijkt cultuurbehoud en cultureel respect toch slecht verenigbaar met volwaardig burgerschap, inclusief gelijke bescherming door de overheid, waar ook vrouwen met een migratieachtergrond recht op hebben.

Culturele rechtvaardigheid versus gender-rechtvaardigheid

Wat me als migratiesocioloog al een academisch leven lang bezighoudt: hoe kun je als feminist solidair zijn met andere vrouwen, over culturele grenzen heen? Vooral lastig vind ik het of solidariteit nu van je vraagt om wel of juist niet rekening te houden met cultureel verschil. Ik zal daarom gevallen bespreken waarin de mensenrechten in het nauw komen, mensenrechten van vrouwen met een migratieachtergrond in het bijzonder. Hierbij zijn zowel culturele als genderverschillen aan de orde en wordt van ons, als professionals, gevraagd te handelen. Daarbij is het steeds de vraag: is het relevant om cultureel onderscheid te maken of niet?
Volgens de Noorse antropologe Unni Wikan staat cultureel respect op gespannen voet met gender-rechtvaardigheid. Ze schreef hier een heel boos boek over: Generous Betrayal (2002). Ze begint met het verhaal van Aisha, een veertienjarig meisje geboren in Noorwegen, wiens familie afkomstig is uit een niet nader omschreven land in het Midden-Oosten. Aisha wordt thuis mishandeld. Ze loopt weg en wordt bij een Noors pleeggezin geplaatst, totdat ze op gezag van de Kinderbescherming gedwongen terug moet naar haar familie. Haar familie staat erop en de Kinderbescherming heeft als beleid dat het voor kinderen met een migratieachtergrond het beste is als ze opgroeien in hun eigen cultuur. Aisha zelf schrijft de Kinderbescherming dat ze niet wil en mobiliseert haar leerkrachten, die haar verhaal ondersteunen. Tevergeefs. Eenmaal terug brengt de familie haar naar hun land van herkomst. Aisha wordt daar een paar jaar later tegen haar wil uitgehuwelijkt, om haar echtgenoot een verblijfsvergunning voor Noorwegen te bezorgen. Als ze met haar familie in Noorwegen is om de papieren voor de ‘gezinshereniging’ in orde te maken, weet ze te ontsnappen. Aisha heeft nog bij de auteur ondergedoken gezeten. Deze keer loopt het beter af: het huwelijk wordt ongeldig verklaard en Aisha kan een eigen leven opbouwen.
Ongemak
Unni Wikan verwijt de Noorse Kinderbescherming en sociaal werkers in Noorwegen dat ze respect voor cultuur laten voorgaan op de rechten van kinderen. Uiteindelijk klaagt ze overheden in heel Europa aan. De ondertitel is ‘Politics of culture in the new Europe’. Al lezend in dit boek wist ik niet goed wat ik er mee aan moest. Is de casus van Aisha een tragische uitzondering, een individuele vergissing of had de ambtenaar in kwestie het beleid correct toegepast? Ik voelde ook ongemak bij dit verhaal. Hoewel ik me zeer begaan voel met het slachtoffer, speelt tegelijkertijd ook de vraag door mijn hoofd: is hier sprake van demonisering van migrantenculturen? Of doe ik dan precies waar Unni Wikan voor waarschuwt, namelijk onrecht bedekken met de mantel der multiculturele liefde?
Hoe kun je zowel kritisch als betrokken over dit soort kwesties spreken? Het lijkt me dat je schadelijk gedrag moet veroordelen, en ook daders veroordelen, maar niet hele culturen of gemeenschappen. Maar het dilemma is daarmee niet weg, want vaak is het gedrag van de dader, zoals gedwongen huwelijken, cultureel geïnspireerd. Daar wil je wel kritisch over kunnen zijn, maar tegelijkertijd in het besef dat er heel veel anderen zijn, met dezelfde culturele achtergrond, die net zozeer dit soort schadelijke praktijken afwijzen. Dat ‘spreken over’ is niet gemakkelijk, niet als culturele insider en ook niet als culturele buitenstaander.

Huisartsen en huiselijk geweld

Ik heb Nederlandse huisartsen geïnterviewd over kwesties op het snijvlak van cultuur en gender die zij op hun spreekuur kregen en waar zij zich ongemakkelijk onder voelden (Saharso & Dekker 2022). Sociaal werkers zijn geen huisartsen, maar ik vermoed dat veel van deze door de huisartsen genoemde kwesties ook in de praktijk van het sociaal werk voorkomen. Soms ging het over interventie bij huiselijk geweld. Een van de geïnterviewde huisartsen zal vrouwen met een migratieachtergrond in zo’n geval niet snel adviseren om bij hun man weg te gaan. Haar overwegingen: ‘Die vrouwen moeten in korte tijd een vorm van autonomie opbouwen, die ze hiervoor niet hadden. Ze zijn opgevoed als afhankelijke vrouw en dan moeten ze opeens alleen met hun kinderen verder, vaak ook verstoten door hun eigen familie en andere mensen uit hun omgeving. Soms is het handiger om toch met een moeilijke man door te gaan. Dat voelen ze zelf ook wel aan.’ Ook een andere arts, zelf met een Turkse achtergrond, weegt de achtergrond van de patiënt mee, maar komt tot een andere conclusie. Zij zegt:
‘De optie van weggaan is bij Nederlanders gemakkelijker te bespreken, die beslissing is gemakkelijker te nemen. Maar ik bespreek het wel. Vaak denken ze ook: als ik bij hem wegga heb ik geen huis en geen inkomen, hoe moet het met mijn kinderen? Ze denken: ik ben afhankelijk van hem, dus ik moet bij hem blijven. Het werkt wel verhelderend, als je dat bespreekbaar maakt.’ De artsen beoordelen de autonomie van hun patiënt dus verschillend.

Artsen benoemen de autonomie van hun patiënten verschillend

De eerste denkt dat de betreffende patiënt door haar sociale omgeving uitgestoten zal worden en dat ze daar, vanwege haar culturele opvoeding, niet tegen opgewassen zal zijn. De ander meent ook dat de migratieachtergrond relevant is, maar ziet daarbij vooral een informatieprobleem. De betrokken vrouwen zijn vaak niet geïnformeerd over de voorzieningen waarop slachtoffers van huiselijk geweld aanspraak kunnen maken. Dat weerhoudt hen ervan om hun gewelddadige man te verlaten. Maar het is wel een vraag die je je als hulpverlener moet stellen: hoe schat ik de autonomie van de cliënt in? En hoe reageert de omgeving op een scheiding? Speelt culturele context hierbij een rol en zo ja, wil je daar als hulpverlener rekening mee houden?
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12459-023-1528-y/MediaObjects/12459_2023_1528_Fig2_HTML.jpg
AdobeStock421090858

Rol van de hulpverlener

Een belangrijke vraag is daarbij: hoe zie je je eigen rol als hulpverlener? Hoe interventionistisch ben je of vind je dat je mag zijn? Het manifest ‘Stel mensenrechten centraal in sociaal werk’ stelt dat sociaal werkers in actie moeten komen en opkomen voor de ander, zeker wanneer fundamentele rechten in het gedrang komen of zelfs geschonden worden. Dat betekent: actie! De artsen die ik sprak waren echter niet snel geneigd om te interveniëren. De eerste arts zegt: ‘Het is toch een bemoeienis in mensen hun leven, waarvan je je afvraagt: ben ik hier wel voor? Is dit wel mijn rol? Weet ik er eigenlijk genoeg van?’ En ook: ‘Ik vind dat het niet aan mij is om te interveniëren in het leven van mensen (…). In mijn ogen zijn jonge mensen soms slachtoffer van hun cultuur of van de cultuur van hun ouders. Maar het is ook aan henzelf om zich daaraan te ontworstelen.’
Hier maken het respect voor de autonomie van de patiënt en de vrees dat de huisarts niet genoeg afweet van de andere cultuur de arts terughoudend om te interveniëren. Heeft deze dokter gelijk? Of illustreert zij hiermee precies de houding die Unni Wikan aan de kaak wilde stellen: uit goedbedoeld respect voor de andere cultuur, uit respect voor de autonomie van de culturele ander, niet op te treden tegen gendergerelateerd geweld en daarmee de slachtoffers in de kou laten staan?
Ik begon dit artikel met verschillende interpretaties van sociale rechtvaardigheid. In de ene wordt die opgevat als een gelijke verdeling van middelen, in de andere als gelijke erkenning van culturele identiteit. Ik heb vervolgens erkenning van culturele identiteit tegenover gendergelijkheid geplaatst. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden heb ik proberen duidelijk te maken hoe sociale professionals deze kwestie in hun werk kunnen tegenkomen. Daarbij was de vraag steeds: vereist rechtvaardigheid erkenning van cultureel verschil of juist niet? En moet je rekening houden met cultureel verschil in genderrelaties? En moet je dan het verschil respecteren of er extra alert op zijn dat culturele praktijken die de rechten van vrouwen schaden, niet in Nederland gecontinueerd worden? Deze vragen kunnen we los van de context niet beantwoorden. Wél moeten we ze altijd stellen. Want als het gaat om rechtvaardigheid, cultuur en gender, schuurt het altijd.
Sawitri Saharso is hoogleraar Burgerschap en Morele Diversiteit aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en UHD aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Sociologie.
Vakblad Sociaal Werk is hét medium voor het verspreiden van vakinhoudelijke kennis over ‘het ambacht’ sociaal werk. Het tweemaandelijks blad is voor professionals en studenten in sociaal werk en voor mensen die geïnteresseerd zijn in de hulpverlening en preventie aan kwetsbare groepen in alle lagen van de samenleving. Zowel maatschappelijk werkers, jeugdzorgwerkers, sociaal agogen, studenten als deskundigen en onderzoekers komen in het blad aan het woord.

Het sociaal werk is een vak om trots op te zijn. De BPSW komt op voor jouw belangen en brengt vakgenoten bij elkaar. Leden van de BPSW ontvangen het Vakblad Sociaal Werk als onderdeel van hun lidmaatschap.
Word nu BPSW-lid (kennismakingstarief 75 euro).

Bronnen