Home Magazine Wisselcolumn

Wisselcolumn

Woonschool

Een paar jaar geleden deden mijn collega's en ik onderzoek naar de lotgevallen van kwetsbare groepen - mensen met een psychiatrische achtergrond of een verstandelijke beperking - in gewone buurten.

En de vader dan?

Vaderbetrokkenheid is een actueel onderwerp in de media. Maar wordt er in de dagelijkse praktijk van het sociaal werk wel voldoende over vaderbetrokkenheid gesproken? Mijn ervaring is dat dit niet altijd het geval is. Wanneer het gaat over de begeleiding aan jonge ouders, merk ik dat het in de praktijk veelal gaat over (alleenstaande) jonge moeders.

Tegen verdeelpolitiek

De dag na de verkiezingen, donderdag 23 november, waren het niet de verkiezingsuitslagen zelf die mijn verbijstering wekten - die deden immers niet meer dan het nieuwe politieke landschap bevestigen - maar eerder de reacties die ik om mij heen waarnam. Die maken dat ik me tot op vandaag afvraag of mijn vakgenoten de afgelopen jaren soms in een naïeve bubbel hebben geleefd.

Waarheen leidt de weg?

Het sociaal werk is, zoals dat al jaren het geval is en naar verwachting ook zal blijven, volop in beweging. En het staat ook volop ter discussie: waar zijn we wél en niet van? Hoe ziet de toekomst van het sociaal werk eruit als grenzen tussen verschillende beroepen in zorg en welzijn verder lijken te vervagen? Is de toekomst van het sociaal werk zoals we het kennen onzeker, moeten we onze specifieke body of knowledge verdedigen en assertieve professionals zijn?

Pindakaas of jam?

De toekomst, ook die van de gehandicaptenzorg, is ongewis en van veel factoren afhankelijk. Maar de beste manier om de toekomst te voorspellen is nog altijd: die toekomst zelf creëren. Wij hebben als individuen in de zorg immers mogelijkheden om veranderingen in gang te zetten, alleen, samen met onze cliënten en met collega's.

De toekomst is al begonnen

In de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw was mijn vader huisarts. Hij was wat je noemt ‘een katholieke plattelandsdokter'. In die tijd werd de lokale zorg, zoals consultatiebureaus, wijkzorg, medische hulpmiddelen en later ook het maatschappelijk werk, georganiseerd door zogeheten ‘kruisverenigingen'.

Zijn we het netwerk niet gaan overwaarderen?

Ik weet nog goed dat ik haar voor het eerst ontmoette. Ze was nooit gewend om hulp te vragen, maar nu kon ze niet anders meer. Ze zat in een moeilijke situatie. Ze had een groot netwerk en stond altijd klaar voor iedereen. Maar nu zij - de altijd zo sterke vrouw - hulp nodig had, waren er maar weinig mensen beschikbaar. Dat was de reden van haar komst.

Ecologische crisis: er is geen energie meer voor

Vanuit het sociaal werk wordt vaak gezegd of in ieder geval gedacht dat een crisis een kans is. En ja, dat vind ik ook, een crisis op zijn tijd is best leuk. Niet vanwege de crisis, maar omdat er veel openheid ontstaat en anderen soms bereid zijn dat stapje extra te zetten. In relatief korte tijd kan je verschil maken. Maar hoelang kan een crisis duren? Ik heb een tijdje in de jeugdzorg gewerkt en merkte daar dat het bewustzijn over een crisis een beperkte looptijd heeft. Want op het moment dat verandering uitblijft, wordt er overgeschakeld op een ander systeem, namelijk overleving.

Geen geld geven aan bedelaars

Onlangs deed Kavish Partiman, CDA-fractievoorzitter in de gemeenteraad van Den Haag, een gedenkwaardig voorstel. Zou het geen goed idee zijn om mensen die geld geven aan bedelaars te beboeten? Als bedelaars of daklozen een euro krijgen van een voorbijganger, besteden zij die wellicht aan drugs of alcohol. Dat kan hen weerhouden van het zoeken naar structurele hulp bij maatschappelijke organisaties.

Zeker weten!

Soms verlang ik nog wel eens terug naar de stelligheid waarmee ik, aan het begin van mijn carrière, dacht te snappen hoe het allemaal zit in het sociaal werk.
Abonneren